Visie op (hoog)begaafdheid

Potentie in Ontwikkeling

Ontwikkelingspotentieel

In onze praktijken (Praktijk SAS en BureauCiC) ervaarden wij een verschil met hoe wij kijken naar hoogbegaafdheid en de bijkomende hulpvragen in onze praktijk en hoe we in de maatschappij zien dat er naar hoogbegaafdheid wordt gekeken. Wij zien hoogbegaafdheid als een concept waarbij een verzameling van kenmerken van een persoon kunnen zorgen voor een bepaalde potentie in hun ontwikkeling. Hiermee bedoelen we niet zozeer de ontwikkeling tot een succesvol academicus of geslaagd zakenman of -vrouw, maar de potentie tot het ontwikkelen van je eigen authentieke ik. Dat ontwikkelingspotentieel is dan ook iets wezenlijk anders dan bijvoorbeeld enkel een hoge score op een IQ-test. Wij (Saskia Claassens en Christel Raats) zijn gaan brainstormen over hoe wij onze kijk hierop zouden kunnen vangen in een praktisch toepasbaar model.

Dit is het P.I.O. (Potentie in Ontwikkeling) model geworden.

Persoonskenmerken ontwikkelingspotentieel

Onderdeel van het P.I.O.-model Claassens/Raats

Het P.I.O.-model bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel is de verzameling persoonskenmerken die voorkomen bij een groot ontwikkelingspotentieel. Hierbij hebben we verschillende theorieën zoals die van prof. Dabrowski en prof. Tessa Kieboom naast elkaar gelegd. Die hebben we vergeleken met onze jarenlange ervaring in het werken met deze doelgroep. Zo zijn we gekomen tot bovenstaande verzameling van persoonskenmerken van een groot ontwikkelingspotentieel.

Talenten

De vijf talenten uit de Intenso-methode* zie je in het model staan bij de persoonskenmerken. Deze talenten zijn gebaseerd op de overexcitabilities. Dit zijn gebieden waarop je extra gevoelig bent voor prikkels en extra intens op prikkels reageert. Deze talenten kunnen zorgen voor allerlei uitdagingen, bijvoorbeeld in het leren kanaliseren van deze talenten. Overprikkeling en onderprikkeling kunnen spanning veroorzaken en hierdoor kan allerlei gedrag tevoorschijn komen. De talenten kunnen in positieve zin je leven intens verrijken wanneer je weet hoe je ermee om kunt gaan en hoe je ze kunt kanaliseren.

* Praktijk SAS Intenso-methode

Kenmerken hoogbegaafdheid

De vijf persoonskenmerken perfectionisme, gevoeligheid, kritische instelling, autonomie en rechtvaardigheid worden vaak genoemd als kenmerken van een persoon bij het concept hoogbegaafdheid. Deze kenmerken kunnen net als de talenten zorgen voor uitdagingen en intern en extern conflict (conflict met jezelf en conflict met je omgeving). De kenmerken kunnen sterk in je voordeel werken wanneer je weet hoe je ze positief kunt inzetten.

Werkmodel Potentie in Ontwikkeling

Werkmodel Potentie in Ontwikkeling Claassens/Raats (2022)

Zo komen we bij het tweede onderdeel, namelijk het werkmodel van Potentie in Ontwikkeling. Dit model is ontstaan door kennis over bestaande wetenschappelijke theorieën, waarbij met name de positieve desintegratie theorie van prof. Dabrowksi is gebruikt, te koppelen aan de ervaringen uit de werkpraktijk. Het model is op meerdere manieren inzetbaar. Het is te gebruiken als ondersteuning bij diagnostiek. Het is te gebruiken als instrument voor psycho-educatie. En het is tot slot te gebruiken als onderdeel van je handelingsplan.

Ik

Het model begint met in het midden de cirkel met ‘ik’. Hier staat de persoon centraal. In dit geval de jeugdige die met een hulpvraag zit die wordt aangemeld bij onze praktijk. Begeleiding begint bij ons nooit met onderzoek, maar altijd met verbinding maken. Wie is dit kind? Wat vindt het belangrijk? Hoe kan ik verbinding maken met dit kind en het echt zien en horen?

Persoonskenmerken

Daarna ga je de ring die eromheen zit vullen. Welke persoonskenmerken zijn aanwezig bij dit kind? Wat betekenen die kenmerken voor dit kind in de praktijk van zijn leven? Hoe zit het met de talenten? Is er sprake van de aanwezigheid van één of meerdere van de talenten? Wat betekent dit voor het kind? Ervaart het dit als kans of als belemmering of misschien zelfs een probleem? Is er sprake van overprikkeling en/of onderprikkeling van één of meer van deze talenten? Is er sprake van een conflict tussen het kind en zijn persoonskenmerken? (Rode pijl). Of werken de persoonskenmerken bevorderend voor het kind? (Groene pijl).

Systeem

Daarna komen we bij de ring van het systeem. Om het kind heen zit een systeem. In onze praktijk wordt om die reden altijd systemisch gewerkt. Het kind is onderdeel van meerdere systemen. Zo zijn er bijvoorbeeld het gezin, de school, de vriendengroep, de sportclub, de maatschappij etc. In deze ring ga je met het kind onderzoeken hoe het die systemen ervaart. Is er sprake van conflict met onderdelen van het systeem? Dit kan zijn thuis of bijvoorbeeld op school. Belangrijk hierbij is om voorbij gedrag te kijken. Gedrag thuis kan gelijk staan aan een conflict met het systeem school bijvoorbeeld. Dit kan voor onbegrip en miscommunicatie tussen ouders en school zorgen. Zo ontstaat inzicht in aanwezige conflicten (rode pijl) en afwezige conflicten (groene pijl).

Aangepast gedrag

Nu is er in kaart gebracht waar het kind conflicten ervaart, zowel intern als extern. Eerder werd al het gedrag benoemd. In het model zie je bij conflicten met de persoonskenmerken en het systeem twee opties staan van gedrag dat zichtbaar kan zijn van een kind dat hiermee worstelt. Links staat het negatief aangepast gedrag. Dit is het kind dat aanschopt tegen de normen. Rechts staat het sociaal aangepast gedrag. Dit is het kind dat bijvoorbeeld in de klas de perfecte leerling probeert te zijn. Thuis houdt het dit echter niet altijd vol en kan het weer de andere kant opgaan. Bij zowel negatief als positief aangepast gedrag is er sprake van een laag welbevinden. Het kind kan namelijk met al zijn talenten en kwaliteiten in beide gevallen niet zichzelf zijn.

Van gedrag naar behoefte

Door te werken met het model kun je voorbij het gedrag gaan kijken en komt er inzicht in de onderliggende behoefte van het kind. Deze behoefte is boven alles de behoefte aan ontwikkeling van zichzelf als authentiek en uniek mens. Door jezelf volledig aan te passen aan wat anderen willen dat je bent, verlies je jezelf. Door tegen alles aan te schoppen zodat niemand jou meer écht ziet, maar alleen nog je gedrag, verlies je jezelf. Je bent niet aan het ontwikkelen, maar enkel aan het overleven.

Probleemgedrag of stressreactie?

Hierdoor wordt vaak één of meer van de stressreacties fight, flight, freeze of fawn gezien. Fawn (people pleasen, doorslaand perfectionisme, piekeren, geen grenzen aan kunnen geven) wordt vaak gezien bij de positief aangepaste kinderen. Maar bijvoorbeeld ook bij positief aangepaste ouders. De fight en flight reactie zien we vaak bij de negatief aangepaste kinderen. Dit is waarom bijvoorbeeld vanuit autoriteit reageren op dit gedrag averechts werkt. Er wordt meer stress en dus onveiligheid ervaren en daardoor neemt de stressreactie alleen maar toe.

Authentieke ik

Volgens de theorie van prof. Dabrowski gaan zowel de onderkant van het model als de bovenkant met elkaar hand in hand. Daarom is gekozen voor cirkels. Inherent aan het hebben van deze talenten en persoonskenmerken, zijn worstelingen. Met jezelf en met je omgeving. Met je omgeving omdat deze vaak anders denkt, voelt en ervaart dan jij. Dit kan eenzaam voelen en geeft een intens gevoel van ‘anders zijn’. De worstelingen met jezelf zijn kenmerkend voor het hebben van een groot ontwikkelingspotentieel. Dit wordt ook wel positieve desintegratie genoemd. Op momenten dat je volledig uit elkaar valt (desintegratie) doordat je hevig worstelt met wie je bent en wie je wilt zijn, ontstaat er ruimte tot groei (positief). Zo kun je groeien naar je authentieke ik. Kenmerken van stress zijn dus niet zomaar problemen, maar signalen van een potentiële kans tot groei!

Positief onaangepast

Vaak wordt in onze maatschappij van kinderen positieve aangepastheid verwacht. Wij bepalen de waarden en normen waarbinnen zij moeten functioneren. Autonomie is nog maar zeer beperkt aanwezig, terwijl de behoefte aan autonomie bij deze kinderen zo groot is. Sterker nog, de factor autonomie zal steeds verder groeien en de ontwikkeling van het kind verder vooruit stuwen.

Het streven van een persoon met de persoonskenmerken van een groot ontwikkelingspotentieel is positieve onaangepastheid. Je kunt dan met respect voor anderen je eigen pad gaan lopen. Ook al is dit anders dan het pad van anderen of het pad dat van je verwacht wordt of werd door je omgeving. Zo ontstaat vrijheid. Vrijheid om te zijn wie je bent. Vrijheid om je potentie te ontwikkelen. Deze ontwikkeling duurt een leven lang. Telkens zul je op nieuwe momenten in het leven die worsteling weer door kunnen maken, maar iedere worsteling brengt je telkens weer een beetje dichterbij je authentieke ik.

Begeleiding

In begeleiding van kinderen met een groot ontwikkelingspotentieel is het belangrijk dat zij leren waar hun talenten en kwaliteiten liggen. Het zelfbeeld is niet zelden zwak bij deze kinderen door het intense gevoel van anders en daardoor niet goed genoeg zijn. Door hen te helpen zichzelf te leren kennen en hen handvatten aan te reiken hoe zij hun talenten in hun voordeel kunnen inzetten, kan het zelfbeeld meer positief en realistisch worden. Door samen te werken met het systeem en het systeem te ondersteunen bij bijvoorbeeld het opvoeden en lesgeven van deze kinderen, kunnen ook zij hier een positieve rol in spelen. Zo ontstaat er verbinding voor het kind. Oprechte verbinding met zichzelf en verbinding met zijn systeem. Dit is waar wij in de praktijk met gezinnen en scholen aan werken. Wil je meer informatie, kijk dan verder op de website van BureauCiC of Praktijk SAS.

Saskia Claassens – maart 2022