Prikkels

Oké, voor de zoveelste dag deze week, word ik wakker met een knetterende hoofdpijn. En ik denk wel te weten waar die vandaan komt. Ik ben overprikkeld. Mijn hoofd tolt van de gedachten en keuzes die ik aan het maken ben en waar we ook binnen ons gezin mee te maken hebben. Het fijnste zou zijn als ik gewoon in bed kon blijven liggen, nog een uurtje of 2 in alle rust slapen om vervolgens op mijn eigen tempo wakker te worden, op te starten, koffietje erbij, mijn gedachten op papier uitstorten om helderheid in mijn hoofd te krijgen en overzicht en structuur aan te brengen.
Helaas, dat kan allemaal niet. Ik moet mijn dochter op tijd naar school brengen en daarna heb ik een afspraak bij de kapper en daarna mag ik een deur verder bij de plaatselijke alles-in-een-winkel wat Sintinkopen doen. Dus, schouders eronder en dóór.

Doodmoe

En als ik bij de kapper in de stoel word gezet en even moet wachten, vallen mijn ogen dicht van ellende. Tot de kapster aankomt. Ik schiet per direct in mijn ‘vrolijk-modus’ en kwetter er lustig op los.  Mijn kapster heeft géén idee wat er achter dat mondkopje schuilgaat en hoe ik me voel. En dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil namelijk gewoon meedoen, aardig gevonden worden en niet zeuren. En ondertussen denk ik aan de kinderen in mijn praktijk waar ik met ouders voor aan het vechten ben om ze op een passende manier onderwijs te laten volgen. En dat het zo lastig is om aan al die betrokken partijen: leerkrachten, zorgmedewerkers, GGD-arts, leerplichtambtenaar, uit te leggen waarom het deze kinderen niet lukt om 5 dagen per week (volgens de strakke regels van de school en leerplicht) gefocust, gemotiveerd en blij naar school te gaan en ook nog goed te presteren.
Alleen al van de gedachte word ik doodmoe.

Negatieve spiraal

Want deze kinderen – en het zijn er serieus meer op dit moment – , laten ook niet altijd zien dat het ze niet lukt, of kunnen niet goed woorden geven aan waarom ze zich zo belabberd voelen. Die willen ook het liefst gewoon wél in het kader vallen en net zo zijn als al die andere kinderen die het wel lijkt te lukken om die schoolweek moeiteloos door te komen. Deze kinderen voelen zich eenzaam, niet gehoord, niet serieus genomen worden en gaan twijfelen aan zichzelf. En als je gaat twijfelen aan jezelf, je eenzaam en niet gehoord voelt, dan voel je je nog veel vervelender en kom je meestal helemaal niet meer tot leren. Dus die adequate prestaties kunnen we dan ook wel vergeten. En dat motiveert dan helemaal niet meer en zo dwarrelt het cirkeltje steeds dieper naar beneden en kun je wel raden wat dat voor effect heeft.

Tijd en aandacht

Het zou zo fijn zijn als deze kinderen zich in alle vrijheid konden uiten over waar ze onder lijden. En het zou zo fijn zijn als er oprecht tijd en aandacht zou zijn en op basis van gelijkwaardigheid met deze kinderen gesproken zou worden. Zowel thuis, op school als in de hulpverlening.

Ik heb een 12-jarige jongen in begeleiding, die het op dit moment niet lukt om volledig naar school te gaan. Op bepaalde dagen voelt hij zich ‘belabberd’ en kan het dan gewoon niet. Samen met ouders wordt gekeken naar hoe daar op de middelbare school invulling aan gegeven kan worden. Dat is een lastige kwestie. Want het kind is niet echt ‘ziek’. Dus zou hij gewoon naar school moeten. Tenzij een onafhankelijk team en /of arts iets zinnigs kan zeggen over de belastbaarheid van dit kind. Maar deze jongen vindt het heel moeilijk om uit te leggen waardoor het nou komt dat hij steeds van die belabberde dagen ertussen heeft (en ik dacht gelijk aan mijn hoofdpijn dagen en het masker dat ik dan maar weer opzet; tot ongenoegen van mijn eigen lijf).
Tot we kortgeleden in de begeleiding tot een diepe kern van het manneke kwamen. Hij sliep niet lekker in, dat kon wel een paar uur duren, daar werd hij redelijk geïrriteerd van, wat ‘de rust en het lekker in slaap vallen’ ook niet bevordert. Daarnaast bleek zijn vader volgens de jongen regelmatig ‘speeches’ over het belang van onderwijs en goed leren aan tafel te voeren waar het kind geen behoefte aan had (hij had de ‘de preek’ de eerste keer al gehoord en was deze nooit meer vergeten)  en niet naar luisterde, maar die wel werden geregistreerd en irritatie opwekte. Ook weer niet bevorderlijk. Maar toen kwam het….de jongen bleek ook nog eens helderziend te zijn. Hij ziet kleurenaura’s om mensen heen (die continu veranderen, omdat de stemming van mensen ook steeds verandert), hij ziet elk moment dat hem passeert in het leven met een ‘dubbele bril’. Hij ziet niet alleen van dichtbij wat er gebeurt, maar tegelijkertijd ziet hij ook nog eens op een tweede rij in zijn ogen allerlei films van gebeurtenissen afspelen die met associaties over de primaire gebeurtenis of zijn helderziendheid te maken hebben. Hij vertelde me over het bezoek aan een bunker uit WO-II tijdens de zomervakantie. Hij ‘zag’ de soldaten, hij ‘voelde’ de sfeer, er trok een hele film aan gebeurtenissen aan zijn ogen voorbij die te maken hadden met de oorlog en wat daar gebeurd was. En dat gaat altijd zo in zijn hoofd. Echt, je zou al van minder slecht slapen toch?!

Dát is dus overprikkeld zijn

Ik schrok, was stil, mijn hoofd draaide op volle toeren….. ik begreep ineens in volle omvang wat het voor deze jongen betekent om ‘prikkels te ervaren’, ‘overprikkeld te zijn’, ‘belabberde dagen’ te hebben waardoor hij de moed niet op kan brengen om naar school te gaan. Ik snapte het hele plaatje in één keer. Ik voelde medelijden en kreeg een schuldgevoel. Want ik had getwijfeld aan zijn oprechtheid over zijn belastbaarheid. En vanuit die twijfel was ik systemisch met hem aan de slag gegaan en had ik hem ‘school’ op laten stellen en zijn belastbaarheid daarin. Hij koos helemaal niet de zwaarste koffer en gaf geen negatieve emotie aan bij school. Want het liefst gaat hij gewoon naar school, want hij vindt school ‘eigenlijk best heel leuk’, zei hij. En ik begreep het. Het werd mij helemaal duidelijk. Maar hoé leg je dat nou uit aan al die knappe koppen die beslissen over de belastbaarheid van een kind met betrekking tot het volgen van lessen.

Hij kwam zelf met de oplossing. Hij gaf aan dat hij het zo fijn had gevonden dit nu eindelijk eens goed uit te kunnen leggen, het hielp hem echt, ook in zijn eigen helder krijgen van het hoe en waarom. En hij gaf zelfs aan dat als er een arts kwam waar hij iets aan uit moest leggen, hij al voorzag dat dat goed zou komen.  En ik wil hem zo graag geloven, omarmen, bejubelen, de hemel in prijzen voor zijn moed, durf, openheid en oprechtheid. Maar ik vrees ook voor het (voor)oordeel van de knappe koppen in deze casus, omdat mijn vertrouwen al zo vaak beschadigd is in schoolsystemen waar voor prikkelgevoelige, hoogbegaafde kinderen aanpassingen gedaan zouden moeten worden.

Hear hear

Mijn hoop is nu een klein beetje gevestigd op het debat over passend onderwijs, óók voor hoogbegaafde leerlingen en de moties die daarvoor ingediend zijn door meneer Heerema om de samenwerkingsverbanden te dwingen om hoogbegaafde kinderen te helpen en ondersteunen, zonder ze het predicaat ‘gehandicapt’ op te hoeven plakken.
Hear hear Heerema!

 

 

Testen

Oké, steeds meer ‘bekende’ mensen om mij heen blijken corona te hebben.
Wanneer laat jij je testen op covid-19? Ik vind dat dus heel moeilijk? Bij klachten… maar wat zijn klachten? Keertje, niezen, hoesten, koorts, keelpijn, je niet lekker voelen? Buikpijn, hoofdpijn, vermoeidheid? Ik vind het maar lastig. 

Al die klachten?

Moet ik nou ál die klachten hebben, of een beetje van alles, of kan ik ook een paar klachten hebben, of sommige helemaal niet (ik heb bijvoorbeeld nooit koorts, maar ben wel allergisch…). Als ik dan klachten heb en ik laat me testen en het is negatief, dan was het allemaal maar flauw gezeur. Maar als ik lichte klachten heb en me niet laat testen en dan misschien onwetend positief ben, wat voor een gevaar lever ik dan weer voor mijn omgeving? Ik kom hier niet aan uit. Te kritisch nadenken, te veel associëren en invullen in plaats van rechtlijnig denken, te veel nadenken over wat een ander er van gaat vinden….. 

Hoogbegaafdheid ‘testen’

En zo is het ook met hoogbegaafdheid ’testen’. Dat is ook een heel lastig verhaal. Niet als je een hoogbegaafd persoon bent dat lekker in zijn vel zit, goed meedraait in het onderwijssysteem en sociaal-emotioneel geen belemmerende factoren ervaart. Prima, dan geeft die IQ-test echt wel een duidelijk cijfer aan – meestal boven de 130 – . En voor velen is dát nog altijd hét bewijs dat je hoogbegaafd bent. Nou…… daar wil ik het dan graag mee oneens zijn. Want als jij zo’n persoon bent die niet zo lekker in zijn vel zit, niet goed meedraait in het schoolse systeem en allerlei sociaal-emotioneel belemmerende factoren ervaart, dan is testen wél lastig en komt er heel vaak geen cijfer boven de 130 uit en is er nog steeds geen duidelijkheid.
En dat levert dan vaak de conclusie op dat er van hoogbegaafdheid dus geen sprake is… 

Hallo….. het werkt andersom

Niet dus. Ik zie té veel kinderen en (jong)volwassenen in de praktijk die zeer zeker wel hoogbegaafd zijn, maar niet florissant uit een IQ-test komen. Voor school en omgeving vaak een reden om een kind niet in een verrijkingsgroep toe te laten, of op een andere manier of op een ander niveau uitdagender werk te geven. Nee hoor, ze moeten eerst maar eens laten zien dat ze het kunnen.
Nee! Niet waar. Echt niet. Het werkt serieus andersom.
Geef ze eerst verrijking en uitdaging. Stil hun leerhonger. Ga daarnaast het kind/de persoon bekijken op wie hij werkelijk is. Leg het Zijnsluik van hoogbegaafdheid er eens overheen. Bekijk eens door welke overprikkelingsfactoren deze persoon belemmerd wordt. Kijk en voel eens wat er nodig is, in plaats van aan een cijfer af te lezen hoe of wat. 

Onzekerheid en associatief denken belemmeren

Hoe kan je de illusie hebben een hoogbegaafd overprikkeld persoon door middel van onderzoekjes waar bijvoorbeeld tijdsdruk aan hangt, te laten ‘presteren’? De persoon is al overprikkeld, wat denk je dat tijdsdruk hiermee doet?
Hoe wil je een persoon die in zijn hoofd allerlei associaties bedenkt bij een vraag en niet goed weet of ze dat bedoelen wat hij/zij denkt dat ze bedoelen tot een juist antwoord laten komen, zonder enige hulp, aanwijzing of steun? Hoe kun je iemand die veel ‘letterlijk’ neemt nou een praatplaat onder zijn neus duwen en op grond van ‘letterlijke’ antwoorden van een label voorzien, zonder daar verder over in gesprek te gaan? 

Tenenkrommende conclusies

Zou je niet liever bij een kind, waarbij je ziet dat het anders denkt, anders voelt, anders reageert en anders leert, op zoek gaan naar waar het op vastloopt en waardoor dat komt? Zeker als er gezegd wordt: ‘tja, we zien wel dat jouw kind slim is hoor, maar we zien het niet terug in de citoscores’. Tenenkrommend deze conclusie. Want het is zo logisch als je er even verder over na denkt. Natuurlijk laat een slim, maar anders denkend, anders voelend anders lerend en redenerend iemand niet per definitie op de citoscores zien wat er in zit. Aan zo’n test kleven namelijk nogal wat nadelen voor deze doelgroep. Tijdsdruk is er daar een van. En het belang dat er aan gegeven wordt (een gevoelig kind voelt feilloos aan dat zelfs de leerkracht anders is dan anders als er een citotoets gedaan wordt). Daarnaast is de vraagstelling vaak niet eenduidig voor iemand die zeer sterk anders en associatief denkt. 

Alle antwoorden zijn oké

Voor hoogbegaafde kinderen zijn vaak álle antwoorden die gegeven worden mogelijk, omdat ze bij elk antwoord een aannemelijk argument kunnen bedenken of halen uit de begeleidende tekst.
Iemand die meer visueel ingesteld is, kan verward raken door een onbeduidend tekeningetje bij een opdracht. De focus op de tekening wordt te groot, waardoor de opdracht niet meer helder is (het kind vraagt zich af wat het tekeningetje wil zeggen, betekent, wat voor rol het speelt bij de opdracht, etc). Een kind dat hoogbegaafd is en prikkelgevoelig is, kan al bij de vraagstelling onderuit gaan. Wat wordt er precies bedoeld met de vraag? Deze kinderen denken anders (vaak heel moeilijk en niet rechtlijnig), waardoor een op het eerste gezicht duidelijk lijkende vraagstelling ineens helemaal niet zo duidelijk blijkt te zijn en voor allerlei antwoorden te interpreteren is.
En daarom komt er vaak bij een cito helemaal niet uit wat erin zit. Terwijl het kind het bij de gewone methodetoetsen heel goed doet…maar we blijven toch met zijn allen naar de cito’s kijken. Waarom? Wat is het doel? Ik snap het oprecht niet. In elk geval niet voor deze doelgroep: de hoogbegaafde, prikkelgevoelige leerling die vastloopt door anders denken, anders voelen, anders reageren, anders leren. 

Een ander systeem graag… dank u

Die gun je toch gewoon een ander systeem…
Net zoals het corona-testen. Ik wil eenduidigheid in wanneer ik me zou moeten laten testen. En wanneer ik wel of niet voldoende klachten heb om dat te mogen laten doen.
Vooralsnog geen en ik hoop dat dit zo blijft.

 

Denken

Oké, een jongetje dat ik begeleid, wil uitvinder worden. Top, hij heeft super veel leuke ideeën en knutselt en prutst er wat op los. Tot ergernis van moeder, want: ‘hij maakt nooit iets af, loopt halverwege het project boos weg’, of ‘barst in tranen uit en begint de volgende dag aan iets nieuws’. Haar grootste ergernis? ‘Hij maakt nooit iets af’. En de juf begon er laatst ook al over…..arm ventje dacht ik. 

Geniale uitvinder

Heb jij wel eens van de termen divergent en convergent denken gehoord? Het zijn creatieve denkprocessen. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak divergente denkers. Als je divergent denkt, denk je zo ongeveer als een verstrooide professor, een geniaal uitvinder, maar wel diegene die over het algemeen niet veel verder komt met zijn geniale ideeën dan dat ze zich opstapelen en als half afgemaakte projecten blijven zweven en steken. Divergente denkers schieten alle kanten op, kunnen heel goed associëren en creatieve oplossingen bedenken voor een probleem in alle soorten en maten. 

Denktrechter

Convergente denkers gaan efficiënter te werk. Zij hebben ideeën en gieten deze vervolgens in een soort trechter en filteren van daaruit wat wel en niet relevant, bruikbaar en/of efficiënt is. Zo komen ze op een hele logische, systematische manier tot de oplossing van hun vraagstuk, opdracht of creatieve uiting. Er wordt vooral gezocht naar één of slechts enkele oplossingen. 

Divergent én convergent

Allebei deze manieren van denken leveren goede dingen op. De ene manier is niet perse slechter dan de andere manier. Het is wel fijn als je deze twee manieren van denken allebei in kunt zetten, om tot de oplossing van een vraagstuk, probleem of creatieve opdracht te komen. Eerst het divergente proces om zo veel mogelijk ideeën, oplossingen en antwoorden te bedenken om hier vervolgens het convergente denkproces op los laten om tot een gericht resultaat te komen. 

Hoogbegaafden lopen vast op divergent denken

Hoogbegaafde kinderen lopen vaak vast in hun divergente denkproces. Ze zien op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, hebben geen overzicht meer over al hun ideeën die ze voor een project, opdracht of vraagstuk hebben en verliezen zich in associaties en details waardoor ze uiteindelijk in paniek kunnen raken.
Het is echt belangrijk dat ze geholpen worden met dit proces. Van meester in divergent denken, mogen ze ook specialist in convergent denken worden, want pas dan zullen hun briljante divergente bedenksels fantastische antwoorden en resultaten op kunnen leveren. 

Gewoon een luie slimmerik

Maar wie ziet nou dat een hoogbegaafd kind hulp nodig heeft bij een denkproces? Vaak wordt dit gemist door aannames en vooroordelen. Want als je een hoogbegaafd kind als een ‘Einstein’ ziet, dan zul je waarschijnlijk niet het idee hebben dat die kleine Einstein juist hulp nodig heeft bij zijn manier van Einstein-denken…
Je kunt ook denken dat de slimmerik alweer lui is, als hij bij het zoveelste project er de brui aan geeft en zegt dat hij er geen zin meer in heeft. Maar misschien is het wel de angst vanuit paniek om ‘dom’ gevonden te worden  als je een ‘simpele vraag’ stelt, of laat merken dat je niet verder kunt met je opdracht, omdat je geen overzicht meer hebt. Dan is die slimmerik niet lui, maar heeft ie juist hulp nodig om weer verder te kunnen met zijn briljant fantastische project. 

Gewoon niet kunnen

Dus als je slimme snuiter voortaan zijn zoveelste ‘uitvinding’ voor half afgemaakt achterlaat en boos wegloopt, kun je misschien in gesprek gaan om het denkproces in dat slimme koppie te helpen structureren voor je kind. Of als je zo’n pienter kind in je (plus)klas hebt, hier ook eens aan te denken als het project niet af raakt en een kind blijft hangen in de denkfase. Het is dan geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen. En dát maakt een wereld van verschil.

Liedje

Oké, vanochtend werd ik maar weer eens wakker met een liedje in mijn hoofd, ik weet al niet meer welk liedje, want er wappert al weer een nieuwe song door mijn hoofd. En dat gaat vaak de hele dag door. Ik kan er soms serieus gék van worden. En als er nou enige logica zat in deze muzikale belasting van mijn brein, maar helaas, die heb ik nu, na al die jaren dat ik dit al (bewust) heb, nog niet ontdekt.

Geen rust

Ik word wakker, sta op en kan het meest lullige liedje in mijn hoofd hebben, variërend van vader Jacob (en dat verzin ik niet hoor), een klassiek trompetconcert, tot een Nederlandse kraker uit de kroeg. Ik vraag er niet om, ik wil het niet en tóch overkomt het me iedere dag weer. Soms kan ik het herleiden tot een liedje wat ik de vorige dag gehoord heb, maar meestal popt er zomaar iets op of zit er al iets in. En ik vind dit vre-se-lijk. Het verstoort mijn rust, mijn gedachtegang en mijn focus.

Gemiste kans

Het hoort al jaren bij me en ik zou willen dat ik er iets lucratiefs mee had kunnen doen, maar het heeft me tot nu toe niets opgeleverd dan hoofdbrekens van waar ‘t vandaan komt en hoe ik het weg krijg. En als ik nou super muzikaal was, of een absoluut gehoor had, of van elk liedje na één keer horen de tekst wist. Niets van dit alles valt mij ten deel. Ik ben muzikaal aangelegd ja, voor de gemiddelde amateur speelde ik best aardig trompet in mijn puberjaren, maar een absoluut gehoor heb ik niet, kon niet uit mijn hoofd spelen en jazz- blues, bigband en improvisatie gingen zo aan mijn neus voorbij. Tot mijn grote spijt want dát vond ik fantastisch, maar ik kón het niet. Ik snapte de akkoorden niet, had niet genoeg lef en vond mezelf als meisje toch al niet geschikt als trompettist. Dus, uit die schijnwerpers dan maar. Ik ben een paar keer gevraagd om in te vallen in een band of orkest, maar vond mezelf dan niet goed genoeg en durfde niet. Nu denk ik: als ik niet goed genoeg was geweest, hadden ze me niet gevraagd. Maar die wijsheid had ik toen nog niet. Gemiste kansen dus.

Gehaald, maar toch gefaald

Voor mijn examens die ik af moest leggen op de plaatselijke muziekschool, die hoog aangeschreven stond (extra druk…), was ik niet te genieten en een overload aan stress zorgde er voor dat ik altijd moest huilen.
Ja hoor, tuurlijk, een meisje… en die gaan dan huilen. Kak. Mijn trompetleraar snapte er niets van, mijn ouders begrepen het niet – ik kon het toch, was meer dan goed voorbereid -en toch altijd die waterlanders, een dichte keel, een hoge ademhaling en hartslag van boven gezond. En dat is nu net niet handig als je trompet moet spelen. En toch slaagde ik erin om steeds goed mijn examens door te komen en mooie cijfers te halen (nooit beneden de 8, nooit boven de 8,5). Maar na afloop voelde het alsof ik ontzettend gefaald had. Ik had immers gehuild, me zwak opgesteld, laten zien dat ik een watje was. Wat een ellendig gevoel gaf dat en het overstemde de vreugde van het gehaalde examen mét diploma.

Intense emoties

Stel je voor… dat jouw kind ook emotioneel overprikkeld is en zo’n zelfde soort intense emoties ervaart bij het moeten maken van een proefwerk, houden van een spreekbeurt, geven van een presentatie. Je kind voelt alleen nog maar die heftige emoties, waardoor je zoon of dochter het idee heeft dat alles gaat mislukken, het afschuwelijk is gegaan en het cijfer daar ook wel naar zal zijn. Het helpt er niets aan dat jij zegt dat het allemaal wel mee zal vallen, je kind goed is voorbereid, het hartstikke goed zal gaan enzovoort. Je kind voelt de druk alleen maar toenemen.

Fouten maken mág

Wat zou ik vroeger blij geweest zijn met begrip van maakt niet uit wie. Mijn ouders, de examinator, de buurvrouw, mijn leraar, een vriendin. Maar in elk geval iemand die mij had verteld dat het logisch was dat ik gespannen was en dat deze overprikkeling zich bij mij uitte in huilen. Wat zou het fijn geweest zijn als ik al van tevoren een potje had kunnen sniffen in iemands mouw, armen of op een schouder. Dat ze me gezegd hadden dat het oké was om te huilen om de spanning eraf te halen, dat ik niet meer kon doen dan mijn best en dat alles wat er gebeurde oké was. Of dat er iemand gevraagd had….’wat is het ergste dat er kan gebeuren’ en dat ik dan had kunnen zeggen: ‘dat ik een fout maak’…. En dat iemand mij daarin had kunnen begeleiden en mij had kunnen vertellen dat fouten maken mág, niet erg is en er niet voor zorgt dat de wereld vergaat. Dat een trompetexamen maar relatief belangrijk is als het voor je hobby is en je er niet mee naar het conservatorium wil. Sjonge zeg, wat had ik dat graag willen horen.

Handvatten

Gelukkig weet ik het nu en herken ik het bij veel kinderen in de praktijk en zie ik ouders worstelen met dit ‘gedrag’ van hun kind. Ze weten niet zo goed hoe ze het aan moeten pakken. En daarom heb ik die online training ‘pientere-prikkels’ gemaakt. Om die handvatten te geven aan volwassenen om hun kind(eren) te begeleiden als ze intens overprikkeld zijn vanuit de 5 overprikkelingsgebieden van Dabrowski bij hoogbegaafdheid.
Eén van die 5 gebieden is het sensitieve gebied, het overprikkelingsgebied van de zintuigen. Ik wed dat daar die ellendige liedjeskanonnade in mijn hoofd altijd vandaan komt. Je zult maar geteisterd worden door een liedje, als je een toets moet maken, gefocust moet zijn bij uitleg in de klas, of graag wil slapen en er galmt een Nederlandse kroegschlager door je hoofd of liedje van Kinderen voor Kinderen of ….

Inleving

Oké, mijn man zapt nogal eens. Ik vind dat een hinderlijke gewoonte, want dat gaat mij te snel en we matchen niet. Als ik denk ‘dat wil ik wel zien’, is hij al weer 3 zenders verder. En waar ik moeiteloos halverwege of op 3 kwart van een film instap en er per direct in zit, zo weigert hij een film te kijken die al een kwartier bezig is. Maar vandaag leverde zijn gezap iets bijzonders op. TLC zond een make-over programma uit. Een mode make-over programma, gepresenteerd door een meneer met veel inlevingsvermogen in vrouwen die iets niet mooi aan hun eigen lichaam vonden. En mijn man bleef hangen bij dit programma. Ik zat te werken aan de keukentafel. Samen televisie kijken doen wij dus zelden.

 

Inlevend

Hij riep me zelfs, ‘Chrisje, deze mevrouw op televisie heeft ook lipoedeem’ en ik stond in 2 seconden bij de televisie. Lipoedeem is niet vaak op t.v. en al helemaal niet in een modeprogramma. Ik stond dan ook meteen ‘aan’, want dat wilde ik zien. Ik ben zelf lipoedeem-patiënt.
En ja, de mevrouw op televisie had inderdaad lipoedeem en mijn aanhaakradartjes draaiden per direct op volle toeren. En de presentatormeneer deed het zo goed en was zo lief en inlevend naar de mevrouw toe. Ik voelde wat zij voelde en ik vond het prachtig hoe dit programma deze mevrouw en haar gelijkgestemde vriendinnen wist te vangen in beeld.

 

Emoties

10 Jaar al had de mevrouw deze vriendinnen waarmee ze sinds een aantal jaar regelmatig afsprak om wat te gaan doen. Deze keer was het bowlen. En de dames hadden veel lol en lieten ook hun emoties zien. En de presentatormeneer snapte het écht en ging aan de slag om de mevrouw in te gaan laten zien dat ook zij zich door op een andere manier te presenteren veel fijner kon gaan voelen, net als haar vriendinnen. En het lukte de presentatormeneer ook nog eens en ik zat op de bank tranen met tuiten te brullen (meer van binnen dan van buiten overigens, maar dat is voor een andere keer).
Ik voelde zó ontzettend wat die mevrouw doormaakte en hoe zij zich voelde. Allerlei emoties kregen we te zien, verdriet, boosheid, onzekerheid, blijdschap en zelfvertrouwen. Gevoelens die we allemaal kennen en waar ook de gemiddelde mens heftig op kan reageren hoor. Dat zien we ook regelmatig op televisie. Mensen kunnen zich heel erg verliezen in emoties.

 

Intense beleving

Maar hoogbegaafde en prikkelgevoelige mensen én kinderen kunnen dit alles nog een stapje erger beleven. En dat wil niet zeggen dat ze de emotie op zich per definitie erger of intenser beleven, maar de hele gebeurtenis is voor een hoogbegaafd, prikkelgevoelig persoon heftiger en meer diepgaand in beleving.  Die tranen was ik heus weer snel kwijt, maar de ervaring van het televisiemoment spookt nog door mijn hoofd. Ik denk nog steeds aan die mevrouw, aan de presentatormeneer, aan de vriendinnen van die mevrouw, aan wat ze aan hadden, wat ze vertelde, hoe de presentatormeneer de mevrouw heel goed aanvoelde en mentaal wist te coachen en hoe blij de mevrouw daardoor werd. Ik probeerde ook de kledingmerken en de winkel uit het televisiemoment te spotten, was al op zoek naar een e-mailadres van TLC, wilde weten hoe, wat, waar, waarom en met wie. Zoiets kan mij dus héél lang bezig houden en krijg ik dan bijna niet uit mijn hoofd. Het kan er zelfs voor zorgen dat ik slecht inslaap, maar rond blijf draaien en piekeren en dat ik er allerlei ideeën door op doe, waardoor ik helemáál niet meer kan slapen.
En dat is wat er met jouw hoogbegaafd, prikkelgevoelige kind gebeurt als het een emotionele gebeurtenis ervaart, waardoor het overprikkelt raakt. Het is niet alleen de uiterlijke emotie die intenser is; je kind zal intens verdrietig kunnen zijn, intens boos kunnen zijn, intens blij kunnen zijn en intens bang kunnen zijn. Maar ook het hoofd van je kind beleeft de ervaring meer intens. Het blijft langer hangen, er wordt meer over nagedacht, er komen veel vragen op, er kunnen piekergedachten door ontstaan.

 

Hoe dan..

Ik kan als volwassene deze gevoelens inmiddels aardig kanaliseren door er op de een of andere manier mee aan de slag te gaan. Ik ben me bewust van wat er gebeurt en heb geleerd hoe ik er mee om moet gaan om er niet teveel last van te hebben. Kinderen (of volwassenen) die (nog) niet zo goed weten dat ze een anders werkend brein hebben, waardoor ze gebeurtenissen intenser kunnen ervaren, weten ook niet goed hoe ze dit aan moeten pakken en er mee om moeten gaan om het minder heftig te laten zijn.
En als ouder, leerkracht, voetbaltrainer, scoutingbegeleider, knutselclubjuf, sportinstructeur of schilderlesmeneer, heb je vaak geen idee wat je overkomt als een kind in een overprikkelde reactie raakt door een emotionele ervaring. Je weet niet hoe je moet handelen, je weet niet waar je goed aan doet en je zit met je handen in het haar.

 

Nou zo dus..

Die presentatormeneer deed het echt heel goed. Hij stelde vragen aan de mevrouw, luisterde goed naar haar antwoorden, gaf haar steeds terug dat het om haar beleving tussen haar oren ging en gaf haar complimenten en positieve feedback. En het allermooiste vond ik dat hij op zoek ging naar de mooie stukjes van haar Zijn. Hij accentueerde haar haar, haar decolleté en liet met deze krachtige en mooie accenten de niet zo mooie stukjes minder opvallen. Hij was ook heel eerlijk tegen de mevrouw. Hij gaf heel eerlijk aan dat hij niet Hans Klok was en de lipoedeem weg kon toveren, maar dat hij er wel voor kon zorgen dat de mevrouw zich beter ging voelen en meer ging houden van zichzelf. En de mevrouw accepteerde zichzelf uiteindelijk meer, zag in dat het is wat het is, maar dat zij er zelf wel het beste van kon maken. En dat had die presentatormeneer van TLC nou eens even heel goed gedaan.

 

Koppeltje duikelen

Oké, wist je dat koppeltje duikelen voor overprikkeling kan zorgen…
Ik niet, totdat ik een kereltje in de praktijk kreeg die, na – bijna – elke gymles, totaal overprikkeld was, huilde, zich vervelend voelde, maar niet kon uitleggen wat nou het probleem was. En dan heb je er dus meteen een probleem bij. Want wat kon er nou toch zo vreselijk zijn aan die gymles dat het ventje er steeds maar zwaar verdrietig en voor de rest van de dag van slag van was?

Raadsel

Ouders dachten aan pesten. De gymjuf vond het aanstellerij, de ib’er geloofde in faalangst en de huisarts kon niets abnormaals vinden aan het functioneren van spieren en/of gewrichten. Een raadsel dus.

Overprikkeling

Tot we de overprikkelingsgebieden van Dabrowski onderzochten bij het ventje. Dabrowski heeft een theorie ontwikkeld (positieve desintegratietheorie) waarin beschreven wordt dat er 5 overprikkelingsgebieden zijn (overexcitabilities) waardoor hoogbegaafde kinderen/personen meer prikkelgevoelig zijn dan anderen van dezelfde leeftijd. Dit is niet altijd zichtbaar, maar kan er wel voor zorgen dat deze kinderen minder goed begrepen worden en zich anders voelen dan hun leeftijdsgenootjes.
Ons mannetje bleek erg sensitief aangelegd, bleek op psychomotorisch gebied geen problemen te ondervinden, had cognitieve leerhonger, maar veel moeite met rekenen en zijn emoties gingen alle kanten op. Hij kon het niet uitleggen, maar liet door zijn tranen zien dat het niet lekker ging.

Disbalans

Doordat hij op de sensitieve overexcitability een duidelijke disbalans liet zien, zijn we daar verder gaan zoeken. Door ouders en leerkrachten signaleringslijsten in laten vullen en meer gericht met het ventje in gesprek te gaan, kwamen we erop uit hij het heel vervelend vond om koppeltje te duikelen of ringen te zwaaien en met paard of brug te moeten werken. Het evenwicht (vestibulaire prikkels) is namelijk ook een onderdeel van het sensorische overprikkelingsgebied. Maar daar denk je niet zo snel aan, als iemand wél heel graag trampoline springt, rondjes rent, voetbalt en slootje springt. Dan denk je niet aan iets als een evenwichtsprobleempje dat de sores bij de gymles veroorzaakt. Achteraf bleek het mannetje ook niet zo van achtbanen te houden en werd hij geregeld wagenziek. Bingo!

Vestibulaire prikkels

Vestibulaire prikkels zijn niet zo bekend. Ziek worden van autorijden en in achtbanen zitten wel. De link naar de gymles wordt daar dan weer niet zo snel bij gelegd. Kinderen die daar last van hebben, kunnen zich echt ongemakkelijk en zelfs angstig voelen als hun voeten los van de grond komen, of hun hoofd en lijf niet meer in één lijn staan (koppeltje duikelen, brugoefeningen, ringen zwaaien, paard en bok) ze raken hun oriëntatie kwijt, daardoor geprikkeld en veelal zelfs overprikkeld en geen mens die eraan denkt dat dit de oorzaak kan zijn van verdriet, boosheid en angst bij jouw kind. Want ook angst wordt hierdoor ontwikkeld. En niet alleen angst voor overgeven door wagenziekte of achtbanen, maar ook angst voor de gymles. Want… moeten we koppeltje duikelen, gaan we ringen zwaaien, komt er een bokspringoefening, of grondoefening op de mat, enzoverder enzovoort. Waarbij de angst het vervelende gevoel én de overprikkeling nog een beetje versterkt. Lekker dan.

Paard

Mocht jouw hoogbegaafde, prikkelgevoelige kind nou ook een hekel hebben aan de gymles, of allerlei uitvluchten verzinnen om maar vooral niet mee te hoeven doen, steeds buikpijn heeft op die gymdagen, of een zeer been, zere voet of niet-meewerkende arm en jij hebt geen flauw idee waar dat vandaan komt, ga dan eens in gesprek met je kind en probeer er samen achter te komen wat er nou voor zorgt dat die gymles als zo vervelend ervaren wordt. En natuurlijk is het niet zo dat elk kind dat een hekel heeft aan de gymles meteen een evenwichtsprobleem hoeft te hebben, maar het wordt wel bijna altijd over het hoofd gezien als mogelijke oorzaak. Je weet het maar nooit… Daarbij zal je kind zich sowieso gekend voelen als je het serieus neemt, het geen aanstellerij noemt en samen met de (gym)leerkracht op zoek gaat naar een oplossing. Dat alleen al kan een stukje van het probleem wegnemen. En daar gaat het volgens mij om. Dat iemand lekker in zijn vel zit en niet of hij een driedubbele schroef over het paard kan flikflakken, of koppeltje kan duikelen.

Chat openen