Sprongetjes

Oké, ik voel aan alles dat er ‘iets’ is, maar ik kan er de vinger niet op leggen. Ik slaap slecht, ben humeurig, ben weinig positief over de wereld, wil mezelf het liefst in een donker hol verstoppen, om er pas weer uit te komen als het ‘iets’ weer over is. 
Maar dat gaat natuurlijk niet. Ik heb verantwoordelijkheden die ik moet nemen. Werk, gezin, sociale activiteiten. Het lukt wel, maar niet van harte en ik herken inmiddels dit gevoel bij mezelf. Ik glij langzaam een periode van positieve desintegratie in.

Positieve Desintegratie?

Dat is gek. Positieve Desintegratie. Op het eerste gezicht lijken de woorden die de term vormen tegenstrijdig. Desintegreren, oftewel het proces van uiteenvallen, volgens de Dikke van Dale. En als we gaan kijken naar uiteenvallen lezen we: in delen, in stukken raken. Daar heb ik niet echt een positieve associatie mee. Een huis dat uiteen valt, mijn auto die in stukken uit elkaar valt. Een huwelijk dat uiteen valt. Een kind dat op school uitvalt. Een systeem dat uitvalt. Ik kan de gunstige glans van deze situaties serieus niet benoemen. Dus waarom dan toch dat positieve ervoor?
De term komt uit de wetenschap en is verbonden aan de Positieve Desintegratie theorie van professor K. Dabrowski, Pools psychiater en psycholoog. Dabrowski heeft zijn theorie ontwikkeld aan de hand van onderzoeksresultaten die hem inzicht gaven in de enorme veerkracht van begaafde en talentvolle mensen, ondanks dat zij soms zeer zware periodes in het leven meemaakten.

Dabrowski

Dabrowski’s theorie is gebaseerd op de 5 overexcitabilities én de meerlagigheid waarin persoonsontwikkeling plaats kan vinden. De 5 overexcitabilities, samen met de persoonskenmerken van een hoog ontwikkelingspotentieel heb ik samen met Saskia Claassens van Praktijk SAS verwerkt in een eigen model, het P.I.O. model, waarin we een eigen-wijze blik op hoogbegaafdheid geven. In dit model is de Positieve Desintegratie theorie verwerkt en laten we zien hoe belangrijk het is om vanuit je authentieke ik te leven. Hoe meer je vanuit je eigen ik leeft, keuzes maakt en handelt, hoe fijner je je zult voelen.

Maar dan ben ik nog steeds op zoek naar het positieve in het hele stuk. Jij bent misschien al lang afgehaakt.

Het positieve van het desintegreren zit volgens Dabrowski in het talent van mensen om uit elke periode van uit elkaar vallen iets goeds te halen voor hun persoonlijke ontwikkeling. Oftewel een oud cliché: als er ergens een deur dicht gaat, gaat er ook weer een open. Na een kapotte auto komt er een nieuwe auto, die net wat lekkerder rijdt. Na een scheiding komt er een nieuwe relatie, met meer balans. Na een ingestort huis, komt er wederopbouw met een beter fundament, na het uitvallen van een systeem, wordt het systeem verbeterd met meer geavanceerde mogelijkheden.
Wat niet wegneemt dat er tijdens het uiteenvallen pijn, verdriet, onmacht, boosheid, depressie ervaren kan worden. En het is nu precies hoe je dáár iets mee doet in je persoonlijke ontwikkeling dat maakt of je Positief Desintegreert.

Ga je de uitdaging aan in een periode van uiteenvallen om deze periode er überhaupt te laten zijn? Ga je op zoek, voelen en ontdekken wat ervoor zorgt dát je in een desintegratie zit en durf je in de spiegel te kijken naar wat er anders kan, waardoor je na de desintegratie weer beter uit de verf komt als mens.

Dat is niet niks hè, best een hele opgave als ik het zo teruglees. En dat zou je dan ook allemaal nog alleen moeten doen? Een mens zou van minder uit elkaar vallen toch.

‘Oei ik Groei’

Toen mijn kinderen werden geboren had ik een boek thuis. Een soort babybijbel voor ongemakkelijke periodes van je kind: ‘Oei ik Groei’. Vooral de ontwikkeling in de eerste levensjaren van je kind worden in dat boek beschreven. En heel handig en ondersteunend is de beschrijving daarbij van de ‘sprongetjes’ die baby’s en kinderen maken gedurende hun ontwikkeling. Kinderen worden dan vervelend, humeurig, houden zich niet meer aan hun schema, zijn huilerig, hangerig en als ouder krijg je er vaak de hik van. Het vreet energie en je moet gewoon geduldig wachten tot je kind weer uit zo’n lastige periode tevoorschijn komt. En je merkt het per direct als dat zo is. Ze zijn weer ‘zichzelf’, kunnen vaak ineens iets wat ze voor die periode nog niet konden (iets pakken, omrollen, kruipen, staan, lopen, praten, etc.). En ook al beschrijft het boek maar de eerste levensjaren, je snapt als ouder heel goed dat die sprongetjes eigenlijk nog best heel lang terugkomen.

En zo is dat ook met de Positieve Desintegratie theorie. De periodes van je niet lekker voelen, keren steeds weer terug. En naar gelang jij hier iets mee doet, zul je merken dat je daarna weer meer jezelf bent geworden. Je leeft weer meer vanuit je authentieke ik, maakt keuzes die bij jouw waarden, normen en persoonskenmerken passen en trekt je minder aan van wat anderen van jou denken en vinden. Hoera! Je hebt een heuse ontwikkeling doorgemaakt op persoonlijk vlak. En als je het zo bekijkt, is dat zeker een positief en waardevol gevoel. Je moet er alleen ‘even’ doorheen.

Herkenbaar?

Herken je jezelf, je partner of kind(eren) in bovenstaande? Als positief desintegratie coach kan ik je helpen om meer bij je authentieke ik te komen en te leren om vanuit deze ik keuzes te maken.
Het zal je verbazen hoe fijn het is om te snappen dat je in een ‘sprongetje zit’, te weten dat je daar weer meer ontwikkeld uit komt en begrijpt wat je zelf kunt doen om dit proces bewust aan te kijken.

Deze blog heeft een week of 3 werkloos op mijn pc gestaan. Daarna kon ik weer met nieuwe inzichten uit mijn sprongetje tevoorschijn komen en de blog ook daadwerkelijk posten. Met een positief gevoel van overwinning, inzicht in waar het sprongetje vandaan kwam en waar het toe leidde; meer rust, balans, ontspanning en evenwicht in werk en privé. Hartstikke positief dus, zo’n desintegratieperiode.

Zomergasten

Oké, ik lees een boek. Op zich niks geks, want ik lees wel vaker een boek. Dit keer is het diepgaande vakliteratuur. Nog voor de zomervakantie start ik in ‘Traumasporen’ van Bessel van der Kolk. Nog nooit van de meneer gehoord, maar hij blijkt een autoriteit op het gebied van kennis over trauma en traumabehandeling.
En wat schetst mijn verbazing, als ik een aantal weken later de aankondiging van de laatste ‘Zomergasten’ zie (NPO2, Janine Abbring). Een tv-programma dat ik niet kijk, omdat ik het slaapverwekkend en veel te lang vind. Er komen wat mij betreft ingewikkelde gasten, ik vind mevrouw Abbing snerpend en onvriendelijk kritisch en ik begrijp niks van het decor (een ondergelopen caravan waar interviewster en gast bovenop zitten).
Maar deze keer wil ik het persé zie, want diezelfde meneer van dat traumaboek komt. Wie weet, dat het deze keer wel interessant genoeg is om niet bij in slaap te vallen. 

Trauma

Het eerste wat me opvalt is dat ze ‘je’ tegen de meneer zegt, die net zo oud is als mijn vader en mijn vader is uit ’43. Even wennen.
De meneer is een aimabele man, die ontzettend fijn over trauma, traumatische ervaringen en wat dit met hersenen en lichaam doet kan uitleggen. Vanaf minuut 1 zit ik erin. Helemaal. Er komt zo veel voorbij dat herkenbaar is voor de doelgroep waarmee ik werk: de gevoelige en vaak ook hoogontwikkelde kinderen. De doelgroep die zich zo vaak anders voelt, raar, afwijkend, niet gehoord, niet gezien, niet begrepen voelt.
Meneer van der Kolk, Bessel, legt uit dat juist deze factoren ervoor kunnen zorgen dat je PTSS ontwikkelt als je iets heel naars is overkomen. Hij heeft het daarbij wel over oorlogstrauma, kindermishandeling, misbruik, verkrachting, ongelukken en (vliegtuig)rampen. En toch ervaar ik gaandeweg het programma, steeds meer de vergelijking met ‘schooltrauma’. Een term die in mijn doelgroep regelmatig valt, maar waar maar weinig draagvlak voor lijkt te zijn. En vanuit wetenschappelijk, diagnostisch en medisch oogpunt misschien ook wel begrijpelijk, maar vanuit de ervaring en het meevoelen met de kinderen die hier last van hebben zeer zeker niet. 

Leed

Het jongetje dat ik in begeleiding heb en dat bijna het hele afgelopen schooljaar heeft thuisgezeten vanwege traumatisch gedrag op ‘naar school gaan’ en waarbij door middel van diagnostisch onderzoek ‘PTSS’ werd vastgesteld, blijft steeds weer terug komen in mijn gedachten bij de uitleg van Bessel (als zij het doet, doe ik het ook maar) over wat PTSS teweeg kan brengen en wat de gevolgen zijn.
Het begint met iets naars dat jou gebeurt en waarvan je jezelf de schuld geeft. Je hebt geen ander referentiekader doordat je er met anderen niet over kunt praten. Jij denkt dat de nare gebeurtenis er is doordat jij een slecht, verkeerd mens bent. Niemand anders in die situatie beweert het tegendeel. Jij wordt niet gehoord, gezien, mensen die voor je op zouden moeten komen, kijken de andere kant op, zijn niet beschikbaar, helpen niet om jouw situatie te verbeteren.
Het nare dat jou gebeurt, slaat zich op in je geheugen als een steeds repeterende gebeurtenis. Niet als een herinnering, maar als een steeds weer opnieuw beleefde situatie. Waarbij een onbewuste zintuiglijke prikkel (een beeld, een geluid, een geur) ervoor kan zorgen dat je de situatie herbeleeft en in de stand-bye stand terecht komt. Je komt eigenlijk steeds maar niet verder. Je kunt bepaald gedrag vertonen, waarvan je niet weet waar het vandaan komt. Je kunt ineens verdrietig zijn of heel boos, maar je sluit vooral je emoties af. Dit maakt dat je geen verbinding meer aan kunt gaan met anderen. En omdat wij nou eenmaal homo sapiens zijn, een soort die ergens bij wil horen, gaat dat op den duur mis. Je wordt een mens op de automatische piloot, (intieme) relaties lopen stuk.

Bessel legt uit dat er bij trauma 2 soorten reacties zijn: degenen die heel goed kunnen functioneren in het dagelijks leven (meestal de workaholics), maar zonder emoties en gevoel zijn en stuk gaan op relaties. En degenen die totaal niet meer kunnen functioneren, wanhopig, lethargisch, lamgeslagen zijn en helemaal niets meer doen. Dit kan er letterlijk voor zorgen dat mensen fysieke klachten krijgen die geen medische oorzaak hebben. 

Heling

PTSS is te behandelen. Bessel heeft vele vormen bestudeert van wat werkt om uit PTSS te komen. Hij noemt o.a. EMDR, Yoga, Psychodrama en Drugs. Die laatste is uiteraard interessant, maar niet helemaal nieuw. In 2019 zijn al Nederlandse militairen behandeld met deze vorm van traumatherapie voor PTSS (ad.nl wetenschap, J. van Kempen 18-10-2019).
Niet geschikt voor mijn jongetje met schooltrauma denk ik.

Daarbij vind ik het trauma van dit jongetje een ‘situationeel trauma’. (Vergelijkbaar met situationeel verzuim. Iemand kan zijn werk nog wel doen, maar niet in zijn eigen werkomgeving).
Zo is het ook met dit jongetje. Hij kan wel leren (is zelfs hoogbegaafd en volgt van ellende maar een cursus Spaans nu hij thuis is), maar het luk hem niet om fysiek naar zijn school te gaan. Dan slaan de stoppen door, kan hij niet meer rationeel denken en vlucht hij letterlijk weg. Ook fysieke klachten dienen zich aan als hij in de buurt van zijn schoolgebouw komt of er zelfs maar aan denkt.

EMDR of Psychodrama zouden meer kans van slagen hebben, denk ik.

Oordeel

Tijdens het kijken van de uitzending van Zomergasten over trauma en het luisteren naar de visie van Bessel van der Kolk en het kijken naar zijn fragmenten, komt steeds weer mijn eigen oordeel naar boven dat ik het vergelijk niet mag maken. Zwaar getraumatiseerde personen vanuit oorlog, rampen, mishandeling, seksueel misbruik, geestelijk en lichamelijk geweld, vergelijken met een jongetje dat ‘niet naar school wil’ en wegrent als hij daar wel heen moet. Dat kan toch niet. Dat heeft toch totaal niks met elkaar te maken?

Wel als ik de oorzaak hoor van trauma door geestelijk en/of fysiek geweld, seksueel misbruik, mishandeling. De eenzaamheid van deze mensen. Het niet gehoord, gezien worden. Kinderen die denken dat ze mishandeld of misbruikt worden omdat ze gek zijn, niet gewenst zijn, niet zo zijn als anderen. ‘Ik ben zo anders, ik voel me zo anders, ik zal wel gek zijn en daarom gebeuren er nare dingen met mij. Dat is mijn straf. Ik zal nog beter mijn best doen’, om zo vervolgens een hekel aan zichzelf te krijgen omdat ze zich aanpassen, maar dit niets oplevert in het gedrag van de ander, of het gevoel over zichzelf.

En dat is precies de overeenkomst met mijn doelgroep die het op school vaak zo zwaar heeft. Nee, ze worden niet mishandeld, of misbruikt, maar ja, ze voelen zich anders, zijn niet als de rest, hebben geen referentiekader, want ze zijn vaak de enige (of een van de weinige) in hun omgeving. Ze worden niet begrepen, niet gezien gehoord. En als ze zich aanpassen, verandert er vaak helemaal niets en zullen ze gaan denken dat het inderdaad aan hen ligt, het hun straf is, ze gek zijn, iets mankeren, niet deugen.

Meneer Bessel wordt niet door iedereen gewaardeerd. In de Volkskrant van 26 augustus 2022 wordt een zeer kritisch stuk gepubliceerd waarin Van der Kolk als een gevaarlijke man met onjuiste ideeën wordt weggezet.
Natuurlijk is hier aandacht voor in het programma, maar Bessel geeft geen krimp. Hij vertrouwt op zijn eigen kennis en kunde en wetenschappelijke onderzoeken. Hij geeft aan dat de mensen die kritiek hebben, hun kritiek baseren op werk vanuit een laboratorium en niet of nauwelijks weten wat trauma écht met mensen doet. Dat je dit pas kunt weten als je het ervaren hebt door met deze mensen te werken, te praten, ze te begeleiden en behandelen.

Laat ik me nou ook vaak zo voelen als het om ‘schooltrauma’ gaat bij mijn cliëntjes. Niet serieus genomen worden door schoolleiders, jeugdartsen, gedragswetenschappers, psychologen, orthopedagogen, etc. Zij hebben hun oordeel klaar en dat luidt: niet vastgesteld door de wetenschap of vertegenwoordigers van de wetenschap, geen juiste titel, niet de juiste classificering, maar wel durven beweren dat er sprake is van trauma, opgelopen door of op school. Dat mag niet hoor!

Nou, ik ben het volkomen met meneer Bessel eens. Door het werken met deze kinderen (en hun ouders), ze te begeleiden, met ze te praten, met ze te spelen en ze te begeleiden, screeningslijsten (jawel, Cotan gevalideerd) af te nemen en deze zelf te interpreteren, durf ik vol vertrouwen vanuit mijn eigen kennis, kunde, ervaring en bekwaamheid te zeggen dat schooltrauma bestaat en aan PTSS gerelateerd gedrag kan veroorzaken. Punt. 

Verbinding

De rode draad in het  programma Zomergasten met Bessel van der Kolk is ‘verbinding’, concludeert Abbing aan het eind van het programma.

Verbinding is het sleutelwoord om personen die getraumatiseerd zijn, zich anders voelen, niets meer voelen, zich niet gehoord voelen, niet gezien voelen, niet begrepen voelen, beter te laten voelen.
Dus ook de kinderen met een schooltrauma hebben nood aan VERBINDING.
Geef ze wat ze nodig hebben, luister naar ze, kijk naar ze en zie hoe ze zijn en respecteer dat. Stop ze niet in een keurslijf, in een hokje. Geef ze niet het idee dat ze moeten presteren, maar geef ze het idee dat ze mogen leren, telkens weer opnieuw, ook als ze het fout doen, terwijl ze toch zo slim zijn.

Bessel geeft ter afsluiting zijn voorkeur in vorm tot verbinden aan. Met muziek en dans. Met ritme. Muziek verbindt en spreekt voor iedereen dezelfde taal.

Zomergasten sluit af met de song ‘we shall overcome’. In verbinding met elkaar door muziek, woord, ritme en saamhorigheid, de narigheid overwinnen.

Ik gun het de kinderen met een schooltrauma zo. Om hun angsten, vastgeroeste gedachten, conditioneringen, aannames, oordelen en vooroordelen te overwinnen. Samen met diegenen die voor hen moeten zorgen: leerkrachten, ib’ers, schoolleiders, schoolpsychologen, orthopedagogen, klasgenoten, ouders, vrienden, kennissen en hulpverleners.

Zodat ook zij, vrij en zonder (situationeel) trauma door het leven kunnen.

Prof. dr. Bessel van der Kolk, Traumasporen, 2014

Zomergasten, NPO2, 28-8-2022

Prikkels

Oké, voor de zoveelste dag deze week, word ik wakker met een knetterende hoofdpijn. En ik denk wel te weten waar die vandaan komt. Ik ben overprikkeld. Mijn hoofd tolt van de gedachten en keuzes die ik aan het maken ben en waar we ook binnen ons gezin mee te maken hebben. Het fijnste zou zijn als ik gewoon in bed kon blijven liggen, nog een uurtje of 2 in alle rust slapen om vervolgens op mijn eigen tempo wakker te worden, op te starten, koffietje erbij, mijn gedachten op papier uitstorten om helderheid in mijn hoofd te krijgen en overzicht en structuur aan te brengen.
Helaas, dat kan allemaal niet. Ik moet mijn dochter op tijd naar school brengen en daarna heb ik een afspraak bij de kapper en daarna mag ik een deur verder bij de plaatselijke alles-in-een-winkel wat Sintinkopen doen. Dus, schouders eronder en dóór.

Doodmoe

En als ik bij de kapper in de stoel word gezet en even moet wachten, vallen mijn ogen dicht van ellende. Tot de kapster aankomt. Ik schiet per direct in mijn ‘vrolijk-modus’ en kwetter er lustig op los.  Mijn kapster heeft géén idee wat er achter dat mondkopje schuilgaat en hoe ik me voel. En dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil namelijk gewoon meedoen, aardig gevonden worden en niet zeuren. En ondertussen denk ik aan de kinderen in mijn praktijk waar ik met ouders voor aan het vechten ben om ze op een passende manier onderwijs te laten volgen. En dat het zo lastig is om aan al die betrokken partijen: leerkrachten, zorgmedewerkers, GGD-arts, leerplichtambtenaar, uit te leggen waarom het deze kinderen niet lukt om 5 dagen per week (volgens de strakke regels van de school en leerplicht) gefocust, gemotiveerd en blij naar school te gaan en ook nog goed te presteren.
Alleen al van de gedachte word ik doodmoe.

Negatieve spiraal

Want deze kinderen – en het zijn er serieus meer op dit moment – , laten ook niet altijd zien dat het ze niet lukt, of kunnen niet goed woorden geven aan waarom ze zich zo belabberd voelen. Die willen ook het liefst gewoon wél in het kader vallen en net zo zijn als al die andere kinderen die het wel lijkt te lukken om die schoolweek moeiteloos door te komen. Deze kinderen voelen zich eenzaam, niet gehoord, niet serieus genomen worden en gaan twijfelen aan zichzelf. En als je gaat twijfelen aan jezelf, je eenzaam en niet gehoord voelt, dan voel je je nog veel vervelender en kom je meestal helemaal niet meer tot leren. Dus die adequate prestaties kunnen we dan ook wel vergeten. En dat motiveert dan helemaal niet meer en zo dwarrelt het cirkeltje steeds dieper naar beneden en kun je wel raden wat dat voor effect heeft.

Tijd en aandacht

Het zou zo fijn zijn als deze kinderen zich in alle vrijheid konden uiten over waar ze onder lijden. En het zou zo fijn zijn als er oprecht tijd en aandacht zou zijn en op basis van gelijkwaardigheid met deze kinderen gesproken zou worden. Zowel thuis, op school als in de hulpverlening.

Ik heb een 12-jarige jongen in begeleiding, die het op dit moment niet lukt om volledig naar school te gaan. Op bepaalde dagen voelt hij zich ‘belabberd’ en kan het dan gewoon niet. Samen met ouders wordt gekeken naar hoe daar op de middelbare school invulling aan gegeven kan worden. Dat is een lastige kwestie. Want het kind is niet echt ‘ziek’. Dus zou hij gewoon naar school moeten. Tenzij een onafhankelijk team en /of arts iets zinnigs kan zeggen over de belastbaarheid van dit kind. Maar deze jongen vindt het heel moeilijk om uit te leggen waardoor het nou komt dat hij steeds van die belabberde dagen ertussen heeft (en ik dacht gelijk aan mijn hoofdpijn dagen en het masker dat ik dan maar weer opzet; tot ongenoegen van mijn eigen lijf).
Tot we kortgeleden in de begeleiding tot een diepe kern van het manneke kwamen. Hij sliep niet lekker in, dat kon wel een paar uur duren, daar werd hij redelijk geïrriteerd van, wat ‘de rust en het lekker in slaap vallen’ ook niet bevordert. Daarnaast bleek zijn vader volgens de jongen regelmatig ‘speeches’ over het belang van onderwijs en goed leren aan tafel te voeren waar het kind geen behoefte aan had (hij had de ‘de preek’ de eerste keer al gehoord en was deze nooit meer vergeten)  en niet naar luisterde, maar die wel werden geregistreerd en irritatie opwekte. Ook weer niet bevorderlijk. Maar toen kwam het….de jongen bleek ook nog eens helderziend te zijn. Hij ziet kleurenaura’s om mensen heen (die continu veranderen, omdat de stemming van mensen ook steeds verandert), hij ziet elk moment dat hem passeert in het leven met een ‘dubbele bril’. Hij ziet niet alleen van dichtbij wat er gebeurt, maar tegelijkertijd ziet hij ook nog eens op een tweede rij in zijn ogen allerlei films van gebeurtenissen afspelen die met associaties over de primaire gebeurtenis of zijn helderziendheid te maken hebben. Hij vertelde me over het bezoek aan een bunker uit WO-II tijdens de zomervakantie. Hij ‘zag’ de soldaten, hij ‘voelde’ de sfeer, er trok een hele film aan gebeurtenissen aan zijn ogen voorbij die te maken hadden met de oorlog en wat daar gebeurd was. En dat gaat altijd zo in zijn hoofd. Echt, je zou al van minder slecht slapen toch?!

Dát is dus overprikkeld zijn

Ik schrok, was stil, mijn hoofd draaide op volle toeren….. ik begreep ineens in volle omvang wat het voor deze jongen betekent om ‘prikkels te ervaren’, ‘overprikkeld te zijn’, ‘belabberde dagen’ te hebben waardoor hij de moed niet op kan brengen om naar school te gaan. Ik snapte het hele plaatje in één keer. Ik voelde medelijden en kreeg een schuldgevoel. Want ik had getwijfeld aan zijn oprechtheid over zijn belastbaarheid. En vanuit die twijfel was ik systemisch met hem aan de slag gegaan en had ik hem ‘school’ op laten stellen en zijn belastbaarheid daarin. Hij koos helemaal niet de zwaarste koffer en gaf geen negatieve emotie aan bij school. Want het liefst gaat hij gewoon naar school, want hij vindt school ‘eigenlijk best heel leuk’, zei hij. En ik begreep het. Het werd mij helemaal duidelijk. Maar hoé leg je dat nou uit aan al die knappe koppen die beslissen over de belastbaarheid van een kind met betrekking tot het volgen van lessen.

Hij kwam zelf met de oplossing. Hij gaf aan dat hij het zo fijn had gevonden dit nu eindelijk eens goed uit te kunnen leggen, het hielp hem echt, ook in zijn eigen helder krijgen van het hoe en waarom. En hij gaf zelfs aan dat als er een arts kwam waar hij iets aan uit moest leggen, hij al voorzag dat dat goed zou komen.  En ik wil hem zo graag geloven, omarmen, bejubelen, de hemel in prijzen voor zijn moed, durf, openheid en oprechtheid. Maar ik vrees ook voor het (voor)oordeel van de knappe koppen in deze casus, omdat mijn vertrouwen al zo vaak beschadigd is in schoolsystemen waar voor prikkelgevoelige, hoogbegaafde kinderen aanpassingen gedaan zouden moeten worden.

Hear hear

Mijn hoop is nu een klein beetje gevestigd op het debat over passend onderwijs, óók voor hoogbegaafde leerlingen en de moties die daarvoor ingediend zijn door meneer Heerema om de samenwerkingsverbanden te dwingen om hoogbegaafde kinderen te helpen en ondersteunen, zonder ze het predicaat ‘gehandicapt’ op te hoeven plakken.
Hear hear Heerema!

 

 

Testen

Oké, steeds meer ‘bekende’ mensen om mij heen blijken corona te hebben.
Wanneer laat jij je testen op covid-19? Ik vind dat dus heel moeilijk? Bij klachten… maar wat zijn klachten? Keertje, niezen, hoesten, koorts, keelpijn, je niet lekker voelen? Buikpijn, hoofdpijn, vermoeidheid? Ik vind het maar lastig. 

Al die klachten?

Moet ik nou ál die klachten hebben, of een beetje van alles, of kan ik ook een paar klachten hebben, of sommige helemaal niet (ik heb bijvoorbeeld nooit koorts, maar ben wel allergisch…). Als ik dan klachten heb en ik laat me testen en het is negatief, dan was het allemaal maar flauw gezeur. Maar als ik lichte klachten heb en me niet laat testen en dan misschien onwetend positief ben, wat voor een gevaar lever ik dan weer voor mijn omgeving? Ik kom hier niet aan uit. Te kritisch nadenken, te veel associëren en invullen in plaats van rechtlijnig denken, te veel nadenken over wat een ander er van gaat vinden….. 

Hoogbegaafdheid ‘testen’

En zo is het ook met hoogbegaafdheid ’testen’. Dat is ook een heel lastig verhaal. Niet als je een hoogbegaafd persoon bent dat lekker in zijn vel zit, goed meedraait in het onderwijssysteem en sociaal-emotioneel geen belemmerende factoren ervaart. Prima, dan geeft die IQ-test echt wel een duidelijk cijfer aan – meestal boven de 130 – . En voor velen is dát nog altijd hét bewijs dat je hoogbegaafd bent. Nou…… daar wil ik het dan graag mee oneens zijn. Want als jij zo’n persoon bent die niet zo lekker in zijn vel zit, niet goed meedraait in het schoolse systeem en allerlei sociaal-emotioneel belemmerende factoren ervaart, dan is testen wél lastig en komt er heel vaak geen cijfer boven de 130 uit en is er nog steeds geen duidelijkheid.
En dat levert dan vaak de conclusie op dat er van hoogbegaafdheid dus geen sprake is… 

Hallo….. het werkt andersom

Niet dus. Ik zie té veel kinderen en (jong)volwassenen in de praktijk die zeer zeker wel hoogbegaafd zijn, maar niet florissant uit een IQ-test komen. Voor school en omgeving vaak een reden om een kind niet in een verrijkingsgroep toe te laten, of op een andere manier of op een ander niveau uitdagender werk te geven. Nee hoor, ze moeten eerst maar eens laten zien dat ze het kunnen.
Nee! Niet waar. Echt niet. Het werkt serieus andersom.
Geef ze eerst verrijking en uitdaging. Stil hun leerhonger. Ga daarnaast het kind/de persoon bekijken op wie hij werkelijk is. Leg het Zijnsluik van hoogbegaafdheid er eens overheen. Bekijk eens door welke overprikkelingsfactoren deze persoon belemmerd wordt. Kijk en voel eens wat er nodig is, in plaats van aan een cijfer af te lezen hoe of wat. 

Onzekerheid en associatief denken belemmeren

Hoe kan je de illusie hebben een hoogbegaafd overprikkeld persoon door middel van onderzoekjes waar bijvoorbeeld tijdsdruk aan hangt, te laten ‘presteren’? De persoon is al overprikkeld, wat denk je dat tijdsdruk hiermee doet?
Hoe wil je een persoon die in zijn hoofd allerlei associaties bedenkt bij een vraag en niet goed weet of ze dat bedoelen wat hij/zij denkt dat ze bedoelen tot een juist antwoord laten komen, zonder enige hulp, aanwijzing of steun? Hoe kun je iemand die veel ‘letterlijk’ neemt nou een praatplaat onder zijn neus duwen en op grond van ‘letterlijke’ antwoorden van een label voorzien, zonder daar verder over in gesprek te gaan? 

Tenenkrommende conclusies

Zou je niet liever bij een kind, waarbij je ziet dat het anders denkt, anders voelt, anders reageert en anders leert, op zoek gaan naar waar het op vastloopt en waardoor dat komt? Zeker als er gezegd wordt: ‘tja, we zien wel dat jouw kind slim is hoor, maar we zien het niet terug in de citoscores’. Tenenkrommend deze conclusie. Want het is zo logisch als je er even verder over na denkt. Natuurlijk laat een slim, maar anders denkend, anders voelend anders lerend en redenerend iemand niet per definitie op de citoscores zien wat er in zit. Aan zo’n test kleven namelijk nogal wat nadelen voor deze doelgroep. Tijdsdruk is er daar een van. En het belang dat er aan gegeven wordt (een gevoelig kind voelt feilloos aan dat zelfs de leerkracht anders is dan anders als er een citotoets gedaan wordt). Daarnaast is de vraagstelling vaak niet eenduidig voor iemand die zeer sterk anders en associatief denkt. 

Alle antwoorden zijn oké

Voor hoogbegaafde kinderen zijn vaak álle antwoorden die gegeven worden mogelijk, omdat ze bij elk antwoord een aannemelijk argument kunnen bedenken of halen uit de begeleidende tekst.
Iemand die meer visueel ingesteld is, kan verward raken door een onbeduidend tekeningetje bij een opdracht. De focus op de tekening wordt te groot, waardoor de opdracht niet meer helder is (het kind vraagt zich af wat het tekeningetje wil zeggen, betekent, wat voor rol het speelt bij de opdracht, etc). Een kind dat hoogbegaafd is en prikkelgevoelig is, kan al bij de vraagstelling onderuit gaan. Wat wordt er precies bedoeld met de vraag? Deze kinderen denken anders (vaak heel moeilijk en niet rechtlijnig), waardoor een op het eerste gezicht duidelijk lijkende vraagstelling ineens helemaal niet zo duidelijk blijkt te zijn en voor allerlei antwoorden te interpreteren is.
En daarom komt er vaak bij een cito helemaal niet uit wat erin zit. Terwijl het kind het bij de gewone methodetoetsen heel goed doet…maar we blijven toch met zijn allen naar de cito’s kijken. Waarom? Wat is het doel? Ik snap het oprecht niet. In elk geval niet voor deze doelgroep: de hoogbegaafde, prikkelgevoelige leerling die vastloopt door anders denken, anders voelen, anders reageren, anders leren. 

Een ander systeem graag… dank u

Die gun je toch gewoon een ander systeem…
Net zoals het corona-testen. Ik wil eenduidigheid in wanneer ik me zou moeten laten testen. En wanneer ik wel of niet voldoende klachten heb om dat te mogen laten doen.
Vooralsnog geen en ik hoop dat dit zo blijft.

 

Denken

Oké, een jongetje dat ik begeleid, wil uitvinder worden. Top, hij heeft super veel leuke ideeën en knutselt en prutst er wat op los. Tot ergernis van moeder, want: ‘hij maakt nooit iets af, loopt halverwege het project boos weg’, of ‘barst in tranen uit en begint de volgende dag aan iets nieuws’. Haar grootste ergernis? ‘Hij maakt nooit iets af’. En de juf begon er laatst ook al over…..arm ventje dacht ik. 

Geniale uitvinder

Heb jij wel eens van de termen divergent en convergent denken gehoord? Het zijn creatieve denkprocessen. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak divergente denkers. Als je divergent denkt, denk je zo ongeveer als een verstrooide professor, een geniaal uitvinder, maar wel diegene die over het algemeen niet veel verder komt met zijn geniale ideeën dan dat ze zich opstapelen en als half afgemaakte projecten blijven zweven en steken. Divergente denkers schieten alle kanten op, kunnen heel goed associëren en creatieve oplossingen bedenken voor een probleem in alle soorten en maten. 

Denktrechter

Convergente denkers gaan efficiënter te werk. Zij hebben ideeën en gieten deze vervolgens in een soort trechter en filteren van daaruit wat wel en niet relevant, bruikbaar en/of efficiënt is. Zo komen ze op een hele logische, systematische manier tot de oplossing van hun vraagstuk, opdracht of creatieve uiting. Er wordt vooral gezocht naar één of slechts enkele oplossingen. 

Divergent én convergent

Allebei deze manieren van denken leveren goede dingen op. De ene manier is niet perse slechter dan de andere manier. Het is wel fijn als je deze twee manieren van denken allebei in kunt zetten, om tot de oplossing van een vraagstuk, probleem of creatieve opdracht te komen. Eerst het divergente proces om zo veel mogelijk ideeën, oplossingen en antwoorden te bedenken om hier vervolgens het convergente denkproces op los laten om tot een gericht resultaat te komen. 

Hoogbegaafden lopen vast op divergent denken

Hoogbegaafde kinderen lopen vaak vast in hun divergente denkproces. Ze zien op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, hebben geen overzicht meer over al hun ideeën die ze voor een project, opdracht of vraagstuk hebben en verliezen zich in associaties en details waardoor ze uiteindelijk in paniek kunnen raken.
Het is echt belangrijk dat ze geholpen worden met dit proces. Van meester in divergent denken, mogen ze ook specialist in convergent denken worden, want pas dan zullen hun briljante divergente bedenksels fantastische antwoorden en resultaten op kunnen leveren. 

Gewoon een luie slimmerik

Maar wie ziet nou dat een hoogbegaafd kind hulp nodig heeft bij een denkproces? Vaak wordt dit gemist door aannames en vooroordelen. Want als je een hoogbegaafd kind als een ‘Einstein’ ziet, dan zul je waarschijnlijk niet het idee hebben dat die kleine Einstein juist hulp nodig heeft bij zijn manier van Einstein-denken…
Je kunt ook denken dat de slimmerik alweer lui is, als hij bij het zoveelste project er de brui aan geeft en zegt dat hij er geen zin meer in heeft. Maar misschien is het wel de angst vanuit paniek om ‘dom’ gevonden te worden  als je een ‘simpele vraag’ stelt, of laat merken dat je niet verder kunt met je opdracht, omdat je geen overzicht meer hebt. Dan is die slimmerik niet lui, maar heeft ie juist hulp nodig om weer verder te kunnen met zijn briljant fantastische project. 

Gewoon niet kunnen

Dus als je slimme snuiter voortaan zijn zoveelste ‘uitvinding’ voor half afgemaakt achterlaat en boos wegloopt, kun je misschien in gesprek gaan om het denkproces in dat slimme koppie te helpen structureren voor je kind. Of als je zo’n pienter kind in je (plus)klas hebt, hier ook eens aan te denken als het project niet af raakt en een kind blijft hangen in de denkfase. Het is dan geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen. En dát maakt een wereld van verschil.

Liedje

Oké, vanochtend werd ik maar weer eens wakker met een liedje in mijn hoofd, ik weet al niet meer welk liedje, want er wappert al weer een nieuwe song door mijn hoofd. En dat gaat vaak de hele dag door. Ik kan er soms serieus gék van worden. En als er nou enige logica zat in deze muzikale belasting van mijn brein, maar helaas, die heb ik nu, na al die jaren dat ik dit al (bewust) heb, nog niet ontdekt.

Geen rust

Ik word wakker, sta op en kan het meest lullige liedje in mijn hoofd hebben, variërend van vader Jacob (en dat verzin ik niet hoor), een klassiek trompetconcert, tot een Nederlandse kraker uit de kroeg. Ik vraag er niet om, ik wil het niet en tóch overkomt het me iedere dag weer. Soms kan ik het herleiden tot een liedje wat ik de vorige dag gehoord heb, maar meestal popt er zomaar iets op of zit er al iets in. En ik vind dit vre-se-lijk. Het verstoort mijn rust, mijn gedachtegang en mijn focus.

Gemiste kans

Het hoort al jaren bij me en ik zou willen dat ik er iets lucratiefs mee had kunnen doen, maar het heeft me tot nu toe niets opgeleverd dan hoofdbrekens van waar ‘t vandaan komt en hoe ik het weg krijg. En als ik nou super muzikaal was, of een absoluut gehoor had, of van elk liedje na één keer horen de tekst wist. Niets van dit alles valt mij ten deel. Ik ben muzikaal aangelegd ja, voor de gemiddelde amateur speelde ik best aardig trompet in mijn puberjaren, maar een absoluut gehoor heb ik niet, kon niet uit mijn hoofd spelen en jazz- blues, bigband en improvisatie gingen zo aan mijn neus voorbij. Tot mijn grote spijt want dát vond ik fantastisch, maar ik kón het niet. Ik snapte de akkoorden niet, had niet genoeg lef en vond mezelf als meisje toch al niet geschikt als trompettist. Dus, uit die schijnwerpers dan maar. Ik ben een paar keer gevraagd om in te vallen in een band of orkest, maar vond mezelf dan niet goed genoeg en durfde niet. Nu denk ik: als ik niet goed genoeg was geweest, hadden ze me niet gevraagd. Maar die wijsheid had ik toen nog niet. Gemiste kansen dus.

Gehaald, maar toch gefaald

Voor mijn examens die ik af moest leggen op de plaatselijke muziekschool, die hoog aangeschreven stond (extra druk…), was ik niet te genieten en een overload aan stress zorgde er voor dat ik altijd moest huilen.
Ja hoor, tuurlijk, een meisje… en die gaan dan huilen. Kak. Mijn trompetleraar snapte er niets van, mijn ouders begrepen het niet – ik kon het toch, was meer dan goed voorbereid -en toch altijd die waterlanders, een dichte keel, een hoge ademhaling en hartslag van boven gezond. En dat is nu net niet handig als je trompet moet spelen. En toch slaagde ik erin om steeds goed mijn examens door te komen en mooie cijfers te halen (nooit beneden de 8, nooit boven de 8,5). Maar na afloop voelde het alsof ik ontzettend gefaald had. Ik had immers gehuild, me zwak opgesteld, laten zien dat ik een watje was. Wat een ellendig gevoel gaf dat en het overstemde de vreugde van het gehaalde examen mét diploma.

Intense emoties

Stel je voor… dat jouw kind ook emotioneel overprikkeld is en zo’n zelfde soort intense emoties ervaart bij het moeten maken van een proefwerk, houden van een spreekbeurt, geven van een presentatie. Je kind voelt alleen nog maar die heftige emoties, waardoor je zoon of dochter het idee heeft dat alles gaat mislukken, het afschuwelijk is gegaan en het cijfer daar ook wel naar zal zijn. Het helpt er niets aan dat jij zegt dat het allemaal wel mee zal vallen, je kind goed is voorbereid, het hartstikke goed zal gaan enzovoort. Je kind voelt de druk alleen maar toenemen.

Fouten maken mág

Wat zou ik vroeger blij geweest zijn met begrip van maakt niet uit wie. Mijn ouders, de examinator, de buurvrouw, mijn leraar, een vriendin. Maar in elk geval iemand die mij had verteld dat het logisch was dat ik gespannen was en dat deze overprikkeling zich bij mij uitte in huilen. Wat zou het fijn geweest zijn als ik al van tevoren een potje had kunnen sniffen in iemands mouw, armen of op een schouder. Dat ze me gezegd hadden dat het oké was om te huilen om de spanning eraf te halen, dat ik niet meer kon doen dan mijn best en dat alles wat er gebeurde oké was. Of dat er iemand gevraagd had….’wat is het ergste dat er kan gebeuren’ en dat ik dan had kunnen zeggen: ‘dat ik een fout maak’…. En dat iemand mij daarin had kunnen begeleiden en mij had kunnen vertellen dat fouten maken mág, niet erg is en er niet voor zorgt dat de wereld vergaat. Dat een trompetexamen maar relatief belangrijk is als het voor je hobby is en je er niet mee naar het conservatorium wil. Sjonge zeg, wat had ik dat graag willen horen.

Handvatten

Gelukkig weet ik het nu en herken ik het bij veel kinderen in de praktijk en zie ik ouders worstelen met dit ‘gedrag’ van hun kind. Ze weten niet zo goed hoe ze het aan moeten pakken. En daarom heb ik die online training ‘pientere-prikkels’ gemaakt. Om die handvatten te geven aan volwassenen om hun kind(eren) te begeleiden als ze intens overprikkeld zijn vanuit de 5 overprikkelingsgebieden van Dabrowski bij hoogbegaafdheid.
Eén van die 5 gebieden is het sensitieve gebied, het overprikkelingsgebied van de zintuigen. Ik wed dat daar die ellendige liedjeskanonnade in mijn hoofd altijd vandaan komt. Je zult maar geteisterd worden door een liedje, als je een toets moet maken, gefocust moet zijn bij uitleg in de klas, of graag wil slapen en er galmt een Nederlandse kroegschlager door je hoofd of liedje van Kinderen voor Kinderen of ….