wat zet ik in

MAATWERK, omdat geen enkele cliënt hetzelfde is. Problematieken komen veelal overeen, maar de aanpak hiervan verschilt van cliënt tot cliënt.
Om een goed beeld van de sterke en minder sterke kanten van een cliënt te krijgen, werk ik met het IPO©: het Individueel Psychodidactisch Onderzoek. Dit onderzoek beslaat de volgende gebieden:

psycho-pedagogiek. Hiermee wordt gekeken naar o.a. taakaanpak, strategie-gebruik, emotieregulatie, planning en organisatie en flexibiliteit (oftewel de executieve functies).
Om daarnaast een indruk te krijgen van de cognitieve capaciteiten worden een non-verbale intelligentietest en een geheugenonderzoek afgenomen. 

binnen- en buitenwereld. Met het Wereldspel, dat ingezet wordt als non-verbaal onderzoeksinstrument, kan aan de hand van de manier van bouwen en vormgeven, worden afgeleid of er sprake is van een visuele leervoorkeur van het brein. Ook geeft het een idee over de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.

prikkelverwerking. Hierbij wordt gekeken naar overprikkeling op intellectueel, emotioneel, zintuiglijk, beeldend en psychomotorisch gebied. Daarnaast worden hypersensitiviteit en sensorische prikkelverwerking in kaart gebracht.

didactiek. Er kunnen toetsen worden afgenomen op het gebied van o.a. (begrijpend) lezen, rekenen, schrijven, leerstijlen en oog-volgbeweging (fixatie disparatie).

Het doel van dit onderzoek is een goed beeld te schetsen van waarom het niet lukt zoals je zou willen, terwijl je het eigenlijk makkelijk zou moeten kunnen.

De begeleiding wordt afgestemd op wat jij nodig hebt en waar je mee uit de voeten kunt.

Geen probleem is hetzelfde, geen persoon is hetzelfde en dus is geen onderzoek of begeleiding hetzelfde, maar gericht op wat jij nodig hebt en waar jij je fijn bij voelt!